Kun je je voorstellen dat er nog mensen in die levensfase zo’n zware klus op zich zouden nemen? Integendeel, veel mensen praten er vaak over hoezeer ze uitkijken naar de dag waarop ze met pensioen kunnen gaan, wanneer ze kunnen stoppen met de dagelijkse sleur van naar het werk te gaan. Maar mijn overgrootvader niet. Voor hem was werk een aangename bezigheid; hij vond het heel belangrijk, zelfs na zijn pensioenleeftijd.
Overal ter wereld zien we indrukwekkende voorbeelden van mensen die zich met hart en ziel op hun werk stortten. Denk aan de bouw van imposante kerken in Europa, de Chinese Muur, de Taj Mahal in India, de moderne, torenhoge architectonische wonderen van Dubai. De Verenigde Staten hebben onlangs hun 250 jarig bestaan gevierd, en talrijke gebouwen in de hoofdstad Washington D.C. getuigen van het harde werk en de toewijding van vele mensen.
Er wordt een verhaal verteld over een steenhouwer in Parijs, eeuwen geleden, die aan een klein stukje muur werkte. Iemand vroeg hem: „Wat ben je aan het doen?“ Heel enthousiast antwoordde de arbeider zonder aarzelen: „Ik bouw een kathedraal!“ Zijn aandeel was misschien klein, maar hij wist dat het belangrijk was.
De meesten van ons zullen niet de kans krijgen om mee te werken aan de bouw van indrukwekkende monumenten die eeuwenlang standhouden, maar we kunnen wel allemaal voldoening halen en vreugde putten uit welke vorm van werk we ook verrichten.
Gedurende een groot deel van zijn leven had koning Salomo zich bezig gehouden met alle soorten van genot, vermaak en uitdagende plannen die hij zich maar kon voorstellen. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie “het is alles vluchtig en najagen van wind” (Prediker 1:14), een zin die hij talloze keren herhaalde in dat boek in het Oude Testament. De koning kreeg echter een openbaring die hem liet zien dat er een doel schuilt te midden van de schijnbaar zinloze bezigheden van het leven.
Salomo schreef: „Zo heb ik ingezien dat er niets beter is dan dat de mens zich verblijdt in zijn werken, want dat is zijn deel. Wie zal hem immers zo ver brengen dat hij ziet wat na hem gebeuren zal?“ (Prediker 3:22). Hij adviseerde zijn lezers ook: „Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat“ (Prediker 9:10).
In de Bijbel ontdekken we dat werk, in plaats van een last te zijn, vanaf het begin door God bedoeld was om voldoening, vervulling en vreugde te brengen. In het scheppingsverhaal in Genesis zien we dat Zijn eerste gebod aan Adam en Eva luidde: „Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar. Heers over de vissen van de zee en de vogels van de lucht…. Ik geef jullie alle zaaddragende planten op het hele aardoppervlak en alle bomen die vruchten met zaad dragen. Die zullen jullie tot voedsel dienen” (Genesis 1:28-30).
Theologen noemden dat het ‘culturele mandaat’: God stelde de mannen en vrouwen die Hij had geschapen aan als rentmeesters, bestuurders en arbeiders, om alles wat Hij had gemaakt te bewerken en te onderhouden. Daarom kunnen mensen zoals mijn overgrootvader voldoening vinden in ‘wat hun handen ook te doen vinden’. Heb jij ook zo’n opgetogen houding ten opzichte van je werk?